Over het SLIM-traject

In toenemende mate kiezen scholen ervoor om leerstof nog beter aan te laten sluiten bij de niveaus en zone van naaste ontwikkeling van de individuele leerlingen. Waarbij ze tegelijkertijd veel aandacht willen blijven houden voor het leren in gemeenschap.

We zien dat scholen voor fundamentele, andere vragen komen te staan. Hoe organiseer ik dit? Wat moet ik meer doen? Wat moeten de leerlingen anders doen? Belangrijke vragen die ook echt beantwoord moeten worden, omdat de verandering ten aanzien van de leerstof ook een verandering zal brengen in de rol van de leerkracht en van de leerling. We spreken niet voor niets van de didactische driehoek. Wanneer we één aspect veranderen, moet de hele context mee veranderen. Daarbij behoren de blauwe (klas/leergemeenschap) en gele cirkel (school, team, ouders) tot de cirkel van invloed van een school. De oranje cirkel (dorp/stad en maatschappij) behoort tot de cirkel van betrokkenheid.

Een blauwdruk voor schoolontwikkeling is niet te maken. Wel weten we dat je de drie aspecten in samenhang moet uitvoeren. De volgorde waarin de aspecten aandacht krijgen en de concrete invulling, bepaalt elke school zelf. Daarom is een SLIM-traject altijd een traject op maat. 

Schets van een traject

We kunnen starten met een visietraject. In zo’n traject helpen we de school over een aantal belangrijke onderwijsvragen hun huidige en gewenste visie te formuleren. Dit doen we, waar nodig, met onze SLIM-scan. We gebruiken de inzichten van het model van Knoster en besteden aandacht aan de leercultuur van de school. Door het in kaart brengen van de gewenste visie weet de school aan welke onderwijselementen zij de komende jaren kunnen gaan werken.

Het SLIM-model laat zien hoe alles binnen het onderwijs met elkaar in verbinding staat en invloed op elkaar uitoefent. In het midden staat de Bron omringd door de didactische driehoek. De Bron is leidend voor de didactische driehoek en kleurt zo de cirkels van het model in. De didactische driehoek brengt verschillende elementen in beeld. De pijl tussen de leerkracht en de leerling brengt de pedagogische relatie in beeld, de pijl tussen de leerling en de leerstof laat het persoonlijk leren van de leerling zien en de pijl tussen de leraar en de lesstof geeft zijn houding ten opzichte van de werkelijkheid.

Een leerling functioneert bijvoorbeeld in een leergemeenschap. Het doel van een leergemeenschap is om samen tot ontwikkeling te komen. Deze leergemeenschap is op zijn beurt weer onderdeel van een bepaald schooltype, waaraan ook de ouders en het schoolteam verbonden zijn.Het samen ontwikkelen wordt door het team uitgedragen en de ouders zijn als educatieve partners betrokken bij het leren. Het team van de school is onderdeel van een dorp of stad die functioneert in een maatschappij. De leerling heeft zo via zijn leergemeenschap en school invloed op de maatschappij. Voor de leerkracht en de leerstof werkt dit op dezelfde wijze. Kortom, een verandering heeft effect op alle elementen en zal gevolgen hebben voor de omringende cirkels. 

Leercultuur

Ontwikkelgesprekken krijgen pas een goede plek in een leercultuur. Dat is een schoolcultuur die erop gericht is leerlingen zelf aan de slag te laten gaan met hun ontwikkeling. Leerkrachten bieden nieuwe kennis op zo’n manier aan dat leerlingen dat zelf weten te verbinden aan wat ze al weten en kunnen en passen daar hun gedrag op aan. Het geleerde kunnen leerlingen en leerkrachten dus toepassen in de praktijk. Ze ontwikkelen dan op een effectieve manier: niet opgelegd door de leerkracht, maar samen met de leerkracht. De leerling
voelt zich eigenaar van zijn leer- en ontwikkelproces en de leerkracht heeft de mogelijkheid een helpende hand te bieden. Als leerkracht ondersteun je leerlingen in hun zelfstandigheid. Je neemt ze indien nodig in het begin sterk bij de hand om ze steeds een stapje verder los te laten.

Leertaal: waar heb je het dan over?

Die leercultuur organiseren is de eerste stap. Dan gaat het niet direct over de inhoud. Aandacht is stap één! Maar daarbinnen is het zeker ook goed om bewust bezig te zijn met de ontwikkeling van de leerling en daarvoor een bepaalde structuur in je achterhoofd te houden of zelfs in het portfolio te verwerken. Een
mooie leidraad daarbij is de theorie van Biesta. Hij geeft aan welke taal je kunt spreken in de ontwikkelgesprekken. Leertaal noemt hij dat.

Een ander traject kan zijn dat de school een heldere visie heeft en al een ontwikkelingsplan heeft gemaakt voor de aankomende jaren. De school wil bijvoorbeeld meer eigenaarschap van de leerlingen gaan realiseren. De school kan dan de keuze maken om het SLIM-traject te starten met bijvoorbeeld ontwikkelgesprekken met kinderen of het realiseren van een ontwikkelportfolio. Dus het op maat maken van een traject is voor SLIM hét uitgangspunt.

Vervolgens kan er gekozen worden uit de verschillende ontwikkeltrajecten. De school kiest zelf voor welk ontwikkeltraject zij willen gaan. Alle lijnen in de ontwikkeltrajecten komen na verloop van tijd bij elkaar.

Lees meer over de SLIM-scan

Samenwerking met ParnasSys

Binnen het SLIM-traject werken we samen met de ParnasSys Academie. ParnasSys ken je ongetwijfeld als leerlingvolgsysteem. De samenwerking richt zich onder andere op de doorontwikkeling van producten als Zien! en de leerlijnen van Gynzy.

Meer over de ParnasSys Academie

Over ons

Driestar educatief is een christelijk praktijkgericht kenniscentrum dat een inspirerende bijdrage levert aan het onderwijs in binnen- en buitenland. Dat doen wij met opleidingen, diensten en producten van Driestar hogeschool en Driestar onderwijsadvies.

Driestar educatief inspireert, vormt en ondersteunt (aankomende) leraren, leidinggevenden aan scholen en opvoeders om goed christelijk onderwijs te geven.

Meer over Driestar educatief

Het team achter het SLIM-traject

Het SLIM-traject is het gevolg van een werkgroep onderwijsadviseurs van Driestar onderwijsadvies. Ieder met zijn of haar eigen expertise. Wie zijn zij?